Zum Inhalt springen

Warenkorb

Dein Warenkorb ist leer

Weiter einkaufen

Tritt dem CGlow Club bei

Melde dich an und erhalte 10 % Rabatt auf deine erste Bestellung!

Bestseller

CGlow, Multi Collagen Protein+
Angebot€49,95
CGlow, Argan Oil 50 ml
Angebot€22,95
CGlow, Jade Guasha
Angebot€24,95
Rustige flatlay van eiwitrijke voeding met eieren, linzen, yoghurt, zalm, walnoten en een schaal licht poeder op een crèmekleurig stenen oppervlak.
cglow-concept7 Min. Lesezeit

Collageen en eiwit: hoe ze zich tot elkaar verhouden

◷ 9 min leestijd

Draai een bus collageenpoeder om en er staat iets dat op het eerste gezicht dubbelop lijkt. In de voedingswaardetabel vind je een eiwitgehalte, en een paar regels lager, in de ingrediëntenlijst, staan de collageenpeptiden nog eens apart genoemd. Dat is geen fout. Collageen is een eiwit, en tegelijkertijd is het een heel ander eiwit dan de wei in een shaker of het ei op je bord.

Om te snappen hoe die twee zich tot elkaar verhouden, moet je een laag dieper kijken dan het etiket. Naar de aminozuren waaruit elk eiwit is opgebouwd, en naar wat je lichaam daar vervolgens mee doet.

Wat een eiwit eigenlijk is

Een eiwit is een keten van aminozuren, aan elkaar geregen als kralen aan een draad. Er zijn twintig aminozuren die in menselijke eiwitten voorkomen. Negen daarvan noemen we essentieel, omdat het lichaam ze niet zelf kan maken en ze uit voeding moeten komen: histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, fenylalanine, threonine, tryptofaan en valine. De overige elf kan het lichaam onder normale omstandigheden zelf aanmaken uit andere bouwstenen.

De volgorde van die kralen ligt vast in het DNA, en die volgorde bepaalt hoe de keten zich vouwt. Vouwing is alles. Dezelfde twintig aminozuren vormen een bolvormig enzym dat suiker knipt, een lange stugge draad in bindweefsel, of een transporteiwit in het bloed. Een eiwit is dus minder een stof dan een vorm. Verander de volgorde en je hebt iets volstrekt anders in handen.

Van bord naar bouwsteen

Wat je eet, komt niet als geheel ergens in je lichaam terecht. De vertering begint in de maag, waar zoutzuur de opgevouwen eiwitketens uit elkaar trekt zodat het enzym pepsine erbij kan. Pepsine knipt de lange ketens in kortere stukken. In de dunne darm nemen enzymen uit de alvleesklier het over, onder meer trypsine, chymotrypsine en elastase, die elk op hun eigen plek in de keten knippen.

Op de darmwand zelf zit nog een laatste laag enzymen, de peptidasen van de borstelzoom. Wat er uiteindelijk wordt opgenomen zijn losse aminozuren en korte fragmenten van twee of drie aminozuren, die via eigen transporteiwitten de darmcel in gaan. Vanaf daar reizen ze via de poortader naar de lever.

Wat er dan gebeurt is het interessantste deel. Al die bouwstenen komen samen in wat fysiologen de aminozuurpool noemen: een gemeenschappelijke voorraad waar het lichaam uit put. Het maakt daarbij geen onderscheid tussen een aminozuur uit een ei, uit linzen of uit collageen. Uit die voorraad bouwt je lichaam continu nieuwe eiwitten, terwijl het oude tegelijk afbreekt en hergebruikt. Die doorstroom is groot, veel groter dan wat je op een dag eet, want het meeste materiaal wordt intern gerecycled. Eten vult vooral aan wat verloren gaat en levert de negen essentiële aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken.

Collageen dat je eet, wordt op precies dezelfde manier verteerd als elk ander eiwit. Het gaat de aminozuurpool in, en het lichaam beslist zelf waar het bouwmateriaal naartoe gaat.

Structuureiwitten en voedingseiwitten

Het onderscheid tussen die twee is functioneel, niet chemisch. Structuureiwitten zijn de eiwitten die je lichaam gebruikt als bouwmateriaal. Collageen is daarvan de grootste groep en vormt ongeveer een derde van alle eiwit in het menselijk lichaam. Keratine zit in haar en nagels, elastine in weefsel dat moet kunnen rekken, actine en myosine vormen het samentrekkende apparaat in spieren.

Daarnaast bestaat er een hele klasse eiwitten die geen bouwwerk vormt maar werk verzet: enzymen die reacties versnellen, hemoglobine dat zuurstof vervoert, antilichamen die het immuunsysteem inzet, en hormonen zoals insuline. Ook dat zijn eiwitten, opgebouwd uit dezelfde twintig aminozuren.

Voedingseiwitten zijn simpelweg de eiwitten die in je eten zitten: wei en caseïne in zuivel, ovalbumine in eiwit, de globulines in soja en peulvruchten, de eiwitten in vlees en vis. Ze zijn niet van een andere soort. Ze zijn alleen nog niet van jou. Het lichaam knipt ze uit elkaar en zet het materiaal opnieuw in elkaar volgens zijn eigen bouwtekening.

Het aminozuurprofiel van collageen

Hier wordt collageen bijzonder. Bij vrijwel alle eiwitten liggen de aminozuren redelijk verdeeld. Bij collageen niet. Ongeveer een op de drie bouwstenen is glycine, het allerkleinste aminozuur. Daarnaast bestaat rond de twaalf procent uit proline en zo'n tien procent uit hydroxyproline, een aminozuur dat buiten collageen nauwelijks ergens voorkomt.

Die verdeling is geen toeval maar een bouwkundige noodzaak. Collageen heeft een repeterend patroon waarin elke derde plek door glycine wordt bezet. Drie van die ketens draaien om elkaar heen tot een tripelhelix, en in het krappe midden van die draai past alleen het kleinste aminozuur. Zet daar iets groters neer en de structuur klopt niet meer.

De keerzijde van die specialisatie is even helder. Collageen bevat geen tryptofaan, weinig zwavelhoudende aminozuren zoals cysteïne en methionine, en relatief weinig leucine. In scoresystemen die de kwaliteit van eiwitbronnen beoordelen, zoals PDCAAS en DIAAS, komt collageen daarom laag uit wanneer je het als enige eiwitbron zou beoordelen. Dat is een beschrijving van de samenstelling, meer niet. Naast andere eiwitbronnen in een dagmenu ligt dat anders, want dan vullen de profielen elkaar aan.

Het lichaam maakt zijn eigen collageen aan uit de aminozuurpool. In dat proces worden proline en lysine na de opbouw van de keten chemisch omgezet, een stap waarbij vitamine C als cofactor optreedt voor de betrokken enzymen. Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen voor een normale huid.1

Hoe andere eiwitbronnen eruitzien

Elke bron heeft een eigen handtekening. Een paar profielen naast elkaar:

  • Wei is snel verteerbaar en opvallend rijk aan leucine, ongeveer tien tot elf procent, plus ruim cysteïne.
  • Caseïne bevat een vergelijkbaar profiel maar stolt in de maag, waardoor de aminozuren geleidelijker vrijkomen.
  • Ei gold decennialang als het referentie-eiwit vanwege de evenwichtige verdeling en het hoge gehalte aan zwavelhoudende aminozuren.
  • Soja is de plantaardige bron die het dichtst bij dat evenwicht komt, met ruim lysine en iets minder methionine.
  • Peulvruchten zoals linzen, bonen en kikkererwten zijn rijk aan lysine, terwijl methionine er als eerste opraakt.
  • Granen, noten en zaden laten precies het omgekeerde zien: ruim methionine, minder lysine.
  • Collageen staat er los van, met zijn glycine-proline-hydroxyproline-profiel dat je in geen enkele andere bron zo tegenkomt.

De oude tweedeling tussen complete en incomplete eiwitten is daarbij te grof. Vrijwel elke plantaardige bron bevat alle essentiële aminozuren, alleen in andere verhoudingen. Het gaat om proporties, niet om aanwezigheid.

Wat aminozuurcomplementariteit betekent

In elke eiwitbron is er een aminozuur dat als eerste op is, gemeten naar wat het lichaam nodig heeft. Dat heet het beperkende aminozuur, en het bepaalt hoeveel van de rest werkelijk als bouwmateriaal ingezet kan worden. Denk aan een bouwpakket: heb je van een bepaalde schroef minder dan van alle andere onderdelen, dan ligt daar de grens van wat je in elkaar kunt zetten.

Complementariteit betekent dat twee bronnen elkaars zwakke plek opvangen. Peulvruchten zijn ruim in lysine en zuinig in methionine, granen precies andersom. Samen leveren ze een verdeling die dichter bij het menselijke profiel ligt dan elk van beide apart. Vandaar dat vrijwel elke keuken ter wereld die combinatie kent: rijst met linzen, brood met hummus, pasta met bonen, mais met bonen, tofu met rijst.

Wat lang werd gedacht maar niet klopt, is dat je die combinaties in dezelfde hap moet eten. De aminozuurpool blijft uren gevuld, dus het volstaat om ze over de dag te spreiden. Linzensoep bij de lunch en volkorenbrood bij het ontbijt vullen elkaar prima aan. Datzelfde principe geldt voor collageen: naast een bron die ruim is in de essentiële aminozuren die collageen weinig bevat, past het profiel eenvoudig in het geheel van een dag.

Hoeveel eiwit, en hoe je het verdeelt

De officiële ondergrens voor volwassenen ligt rond 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag. Bij een actieve leefstijl wordt vaak 1,0 tot 1,2 gram aangehouden, bij regelmatige krachttraining 1,2 tot 1,6 gram, en vanaf ongeveer zestig jaar adviseren voedingsdeskundigen doorgaans de hogere kant van die reeks omdat het lichaam dan minder efficiënt met eiwit omgaat.

De verdeling telt net zo zwaar. Per maaltijd 20 tot 30 gram, gespreid over drie of vier momenten, wordt beter benut dan hetzelfde totaal in een groot avondbord. Bij de meeste mensen is het ontbijt het armste moment van de dag, en daar valt de eenvoudigste winst te halen.

Een dag met eiwit verdeeld over de maaltijden

Ter illustratie, voor iemand van rond de 65 kilo die regelmatig sport. De getallen zijn benaderingen.

  • Ontbijt, ongeveer 29 gram. 200 g Griekse yoghurt (20 g), 40 g havervlokken (5 g), 20 g walnoten en pompoenpitten (4 g), een hand blauwe bessen.
  • Lunch, ongeveer 30 gram. Twee sneden volkorenbrood (9 g) met twee eieren (13 g) en een kom linzensoep (8 g).
  • Middagmoment, ongeveer 17 gram. 250 ml melk of sojadrank (8 g) met een maatschep collageenpoeder (rond 9 g), geblend met een halve banaan.
  • Diner, ongeveer 38 gram. 150 g zalm of kipfilet (32 g), 60 g quinoa ongekookt gewogen (8 g), en 250 g groente naar keuze.

Bij elkaar komt dat rond de 114 gram, met op elk moment van de dag een portie waarmee het lichaam iets kan. De combinaties doen ondertussen hun werk vanzelf: brood naast linzen, granen naast zuivel, een plantaardige bron naast een dierlijke.

Tot slot

Collageen en eiwit zijn geen tegenpolen en ook geen synoniemen. Collageen is een eiwit met een uitgesproken, sterk gespecialiseerd profiel, dat opvalt door wat het veel bevat en door wat het weinig bevat. Precies daarom is het vooral interessant naast andere bronnen, niet in plaats daarvan. Wie zijn dag zo indeelt dat er op vier momenten iets van eiwit op tafel staat, en daarbij varieert tussen zuivel, ei, vis, peulvruchten, granen en noten, bouwt vanzelf een profiel op dat compleet is. Alles wat daarbij komt, komt er dan bovenop in plaats van in de plaats van.

1 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen voor een normale huid. EFSA-goedgekeurde gezondheidsclaim.
Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl.

Lees ook

Teilen