◷ 7 min leestijd
Je draait een verpakking om en leest de ingrediëntenlijst. De meeste namen herken je: vitamine C, magnesium, groene thee. En dan staat er ineens een woord dat nergens op slaat, met een klein teken erachter. Dermaval™. Geen plant, geen vitamine, geen stof die je op school hebt gehad. Wat lees je daar eigenlijk?
Dat teken is de sleutel. Het duidt op een handelsmerk, en dat betekent iets heel specifieks bij voedingsingrediënten. Wie begrijpt hoe zulke namen ontstaan en wat er achter zit, leest elk etiket daarna anders. Dit artikel gaat over precies dat: wat een gestandaardiseerde plantenextractblend is, hoe die tot stand komt, en hoe je als consument een etiket met een handelsmerk-ingrediënt ontleedt. Zonder beloftes, want dat is een ander gesprek.
Wat een handelsmerk-ingrediënt is
Achter vrijwel elk supplement zit een keten van toeleveranciers. Er zijn bedrijven die vitaminen produceren, bedrijven die mineraalzouten leveren, en bedrijven die zich toeleggen op plantenextracten. Zo'n leverancier kan een extract of een combinatie van extracten ontwikkelen, daar een vaste specificatie voor vastleggen, en die onder een eigen merknaam op de markt brengen. Die naam wordt dan beschermd, en dat is wat het teken ™ of het symbool voor een geregistreerd merk aangeeft.
Het verschil met een generieke grondstof is groot. Koop je bij tien leveranciers groenethee-extract, dan krijg je tien keer iets anders: andere oogst, andere extractiemethode, ander gehalte aan werkzame bestanddelen. Koop je een merkingrediënt, dan koop je een vaste specificatie. Dezelfde plantenbronnen, dezelfde verhoudingen, dezelfde analysemethode, batch na batch. Dat is waar merkgrondstoffen om draaien: herkenbaarheid en reproduceerbaarheid.
Het teken zegt dus iets over herkomst en consistentie. Het zegt op zichzelf niets over wat een ingrediënt in het lichaam doet. Dat zijn twee losse vragen die je gescheiden moet houden.
Wat er in de blend zit
Dermaval™ is een gestandaardiseerde blend van plantenextracten. De samenstelling is opgebouwd uit vier bronnen.
- Granaatappel (Punica granatum). Een vrucht uit het Midden-Oosten en Zuid-Azië, waarvan zowel het sap als de schil en de vliezen worden gebruikt als grondstof voor extractie. De schil is chemisch gezien het meest geconcentreerde deel.
- Groene thee (Camellia sinensis). Dezelfde plant waar zwarte thee, oolong en witte thee van komen. Het verschil zit in de verwerking na de pluk: bij groene thee worden de bladeren snel verhit, waardoor het oxidatieproces stopt en de oorspronkelijke samenstelling van het blad grotendeels behouden blijft.
- Acai (Euterpe oleracea). De vrucht van een palmsoort uit het Amazonegebied. De vrucht bestaat voor het grootste deel uit pit, dus de opbrengst aan eetbare pulp per vrucht is klein. Omdat de pulp snel bederft, wordt acai vrijwel altijd verwerkt tot bevroren pulp of gevriesdroogd poeder.
- Quercetine. Anders dan de andere drie is dit geen plantensoort maar één specifieke verbinding. Quercetine komt in de natuur voor in onder meer uien, kappertjes, appels en bladgroenten, en wordt voor commercieel gebruik meestal gewonnen uit de bloemknoppen van de Japanse honingboom, Sophora japonica.
Wat die vier gemeen hebben, is dat ze alle vier tot de polyfenolen worden gerekend.
Polyfenolen als stofgroep
Polyfenolen zijn geen enkele stof, maar een verzamelnaam voor duizenden verbindingen die planten aanmaken. Chemisch hebben ze één ding gemeen: een ringstructuur van koolstofatomen met daaraan meerdere hydroxylgroepen. Vandaar de naam, want fenol is de eenvoudigste verbinding van dat type en poly betekent meervoudig.
Ze horen tot wat biologen secundaire metabolieten noemen. Dat zijn stoffen die de plant niet nodig heeft om te groeien of zich voort te planten, maar die een rol spelen in de interactie met de omgeving. Ze geven kleur aan bloemen en vruchten, ze geven bitterheid en wrangheid aan blad en schil, en ze worden aangemaakt onder invloed van zon, droogte en beschadiging.
Binnen de groep bestaan verschillende klassen. De flavonoïden zijn de grootste, met onder meer de catechinen die typisch zijn voor theeblad en de flavonolen waartoe quercetine behoort. Daarnaast zijn er de fenolzuren, de stilbenen, de lignanen en de tannines. Punicalagine, kenmerkend voor granaatappel, valt onder de hydrolyseerbare tannines. De anthocyanen, verantwoordelijk voor de diepe kleur van acai, vallen onder de flavonoïden.
Onderzoek naar deze stofgroep loopt al decennia en is nog volop gaande. Voor polyfenolen zijn binnen de Europese regelgeving geen gezondheidsclaims toegestaan, wat betekent dat een fabrikant er wel over mag vertellen wat het is, maar niet wat het zou doen. Dat is precies de reden dat je op verpakkingen bij dit soort ingrediënten alleen beschrijvingen tegenkomt.
Hoe een extract wordt gestandaardiseerd
Plantenmateriaal is van nature wisselvallig. Twee oogsten van hetzelfde perceel verschillen in samenstelling door regenval, temperatuur, zonuren, bodemsamenstelling, rijpheid bij de pluk en de tijd tussen oogst en verwerking. Wie een plant simpelweg droogt en vermaalt, krijgt daarom elk jaar een ander product.
Standaardisatie is het antwoord daarop. Het proces verloopt grofweg zo. Het plantendeel wordt geselecteerd en gedroogd, waarna er met een oplosmiddel wordt geëxtraheerd, meestal water, ethanol of een mengsel daarvan. Het oplosmiddel wordt verwijderd, waarna een geconcentreerd extract overblijft. Dat extract wordt geanalyseerd op één of meer markerstoffen: verbindingen die kenmerkend zijn voor die plant en die met laboratoriumtechniek nauwkeurig te meten zijn. Vervolgens wordt het extract bijgesteld tot een vast gehalte van die marker, bijvoorbeeld door bijmenging met een drager als maltodextrine of rijstzetmeel.
Het resultaat krijgt een specificatie mee. Daarin staan het plantendeel, de extractverhouding, het markergehalte, de analysemethode en de grenswaarden voor zaken als zware metalen, bestrijdingsmiddelenresidu en microbiologie. Bij elke productiebatch hoort een analysecertificaat waarin die waarden zijn ingevuld.
Waarom bestaat dit? Om drie redenen. Ten eerste kwaliteitsbeheersing: een fabrikant wil weten dat de grondstof van deze maand gelijk is aan die van vorig jaar. Ten tweede vergelijkbaarheid: onderzoek naar een plantenextract is alleen bruikbaar als je weet welk extract precies is onderzocht en of dat hetzelfde is als wat in het schap ligt. En ten derde traceerbaarheid: bij een vaste specificatie hoort een keten die terug te volgen is tot de oogst.
Hoe je een etiket met een merkingrediënt leest
Terug naar de verpakking in je hand. Dit is waar je op kunt letten.
- Staat er een hoeveelheid bij? Een ingrediënt zonder milligrammen zegt weinig. Een blend die met naam en hoeveelheid per dagdosering vermeld staat, is controleerbaar.
- Is de blend uitgesplitst? Sommige fabrikanten noemen alleen het totaalgewicht van een mengsel, zonder te vermelden hoeveel van elk bestanddeel erin zit. Dat heet een gesloten mengsel. Een uitgesplitste opgave geeft je meer informatie.
- Staat het plantendeel erbij? Blad, schil, wortel en zaad verschillen sterk in samenstelling. Een goede opgave vermeldt de Latijnse plantnaam plus het gebruikte deel.
- Is er een standaardisatiepercentage? Een vermelding als gestandaardiseerd op een bepaald percentage van een markerstof laat zien dat er op inhoud wordt gestuurd, niet alleen op gewicht.
- Wat is de extractverhouding? Een aanduiding als 4:1 betekent dat er vier delen gedroogd plantenmateriaal nodig waren voor één deel extract.
- Welke dragers en vulstoffen staan er? Die horen bij vrijwel elk poedervormig extract en zijn op zichzelf niet verdacht, maar het is prettig als ze gewoon vermeld worden.
- Is de merknaam terug te vinden? Bij een echt merkingrediënt bestaat er een leverancier met een openbare specificatie. Die naam intypen levert doorgaans het technische datasheet op.
Een handelsmerk achter een ingrediënt is dus geen keurmerk en geen belofte. Het is een adres. Het vertelt je van wie de grondstof komt en volgens welke specificatie die is gemaakt. Wat je daar verder van vindt, bepaal je zelf, met de specificatie erbij en zonder dat iemand er een verhaal omheen hoeft te bouwen.
Lees ook
Read more

◷ 6 min leestijdHet is een vraag die zelden in een advertentie wordt beantwoord en die bij vrijwel iedereen opkomt voordat de eerste verpakking opengaat. Hoe smaakt het eigenlijk, en blijft er iets...

◷ 6 min leestijdDe meeste collageenpoeders vertellen hetzelfde verhaal. Eén bron, een handvol grammen, een mooie belofte op de voorkant. Draai ze om en de verschillen zijn kleiner dan de verpakking...










